Al 22 jaar uw deskundige partner voor advies en uitvoering op het gebied van milieu, bouw en ruimte

U bent hier: Home

Advisering
bedrijven

Advisering
overheden

Projectbegeleiding
en -realisatie

Welkom op onze website!

Bij ons bent U het uitgangspunt

Opifex vindt het belangrijk om u zo goed mogelijk van dienst te zijn. Daarom bent u, net als bij onze werkzaamheden, ook op onze website het uitgangspunt. Door hierboven te kiezen voor ‘advisering bedrijven’, ‘advisering overheden’, ‘projectbegeleiding en- realisatie’ gaat u direct naar dat deel van onze site dat voor u relevant is. Overbodige informatie slaat u daardoor in één keer over. En dat is wel zo efficiënt!

Opifex: milieu-advies en projecten

Opifex bestaat uit Milieu-adviesbureau Opifex b.v. en Opifex Projecten b.v. De enthousiaste adviseurs van deze twee bedrijfsonderdelen werken nauw met elkaar samen. Zo maken wij optimaal gebruik van elkaars expertise.

Het milieu-adviesbureau adviseert bedrijven en overheden op het gebied van milieu, bouw en ruimte. Hierbij zijn wij gespecialiseerd in vergunningen- en/of handhavingsvraagstukken. In onze advisering leveren wij altijd maatwerk. Daarnaast fungeren onze adviseurs vaak als vraagbaak voor uw organisatie.

Opifex Projecten ontwikkelt, neemt aan of begeleidt bouwprojecten, inclusief de daarbij behorende infrastructuur. Hierbij leveren wij u een totaalpakket op maat.

Onze missie

Onze werkwijze kenmerkt zich door brede kennis en duidelijke, eerlijke advisering. Ons credo is daarbij: afspraak is afspraak. We werken steeds naar een helder en bruikbaar advies dat op uw specifieke situatie is afgestemd.  Onze doelstelling daarbij is dat wij “ontzorgen” zodat u zich kunt blijven richten op uw eigen bedrijfsvoering.

    


Naar medewerkers »

Referenties bedrijven


naar referenties bedrijven »

Referenties overheden


naar referenties overheden »

Nieuws

Maart 2017

PGS 29: deadline implementatie bestrijding tankputbrand 1 mei 2017

Een belangrijk nieuw onderdeel van de onlangs gepubliceerde PGS 29 is het beleidskader voor de bestrijding van plasbranden in tankputten. Het beleidskader bevat uitgangspunten die richtinggevend zijn voor het maatregelenpakket per bedrijf. Daarom moeten bedrijven met tankputten waarin zich vast dak tanks bevinden vóór 1 mei 2017 een implementatieplan voor de bestrijding van plasbranden in tankputten indienen.

Achtergrond van het implementatieplan

Het opstellen van het implementatieplan is bedoeld voor inrichtingen die activiteiten, benoemd in PGS 29, uitvoeren en gaat uitsluitend uit van plasbrandscenario’s in tankputten met tanks met een vast dak voor producten van klasse 1 of 2, in overeenstemming met voorschrift 4.2.13 van PGS 29:2016.

Toepassingsgebied van het implementatieplan

Afhankelijk van de huidige en toekomstige brandblusvoorzieningen die horen bij uw tankput is het opstellen van een implementatieplan wel of niet van toepassing. De volgende situaties en verplichtingen zijn mogelijk:

  1. Voor bedrijven die geen vaste brandblusvoorziening hebben of willen hebben, en gebruik willen maken van een risicobenadering op individueel installatieniveau dan wel op bedrijfsniveau is het opstellen van een implementatieplan verplicht.
  2. Voor bedrijven met tankputten die zullen worden voorzien van een stationaire brandblusvoorziening is een implementatieplan niet nodig. Zij moeten een faseringsplan opstellen.
  3. Bedrijven met tankputten die voorzien zijn van een stationaire brandblusvoorziening kunnen zich beroepen op de maatregelen die zijn opgenomen in hun omgevingsvergunning onderdeel milieu.

Wat nu te doen?

Het bevoegd gezag (gemeente of provincie) heeft op basis van de PGS 29 (2016) het actualiseren van de vergunning in sommige situaties al gestart. Aangeraden wordt om na te gaan wat er in uw huidige vergunning staat en stel, indien van toepassing, een implementatie- of faseringsplan op en dien dit in vóór 1 mei 2017.

Heeft u vragen of hulp nodig bij het opstellen van een implementatie- of faseringsplan neem dan contact op met Milieu-adviesbureau Opifex.


Bron: Royal HaskoningDHV


Februari 2017

Nieuwe PGS 15 in Activiteitenregeling en Mor

De Activiteitenregeling gaat verwijzen naar de geactualiseerde PGS 15, voor de opslag van gevaarlijke stoffen in verpakkingen. Ook verwerkt de wijzigingsregeling een aantal nieuwe of herziene NEN-normen in de algemene regels.

PGS 15: 2016 versie

Op basis van de opgedane ervaring met de vorige versie van de PGS 15 (editie december 2012) en de nieuwste stand der techniek is in september 2016 een nieuwe PGS 15 gepubliceerd. Met deze actualisatie is voldaan aan de wens om voorschriften eenduidig en zonder interpretatieruimte op te schrijven. Ook is generiek voorzien in de mogelijkheid tot het gemotiveerd afwijken waardoor niet meer per voorschrift is aangegeven of dit wel of niet is toegelaten. Bij deze actualisatie zijn tevens twee nieuwe beschermingsniveaus geïntroduceerd: 2a en 4.

Verder worden de volgende nieuwe of herziene PGS-richtlijnen uit 2016 aangewezen als BBT (Best Beschikbare Techniek)-document in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor):

  • PGS 29 over bovengrondse opslag van brandbare vloeistoffen in verticale cilindrische tanks;
  • PGS 32 over explosieven voor civiel gebruik.

Het ministerie streeft ernaar om de wijziging per 1 oktober 2017 in werking te laten treden.

Wilt u als bedrijf zekerheid verkrijgen dat u ook na 1 oktober 2017 voldoet aan de actuele eisen voor opslag van gevaarlijke stoffen in verpakkingen of wilt u te weten komen welke mogelijkheden er zijn om gemotiveerd af te wijken, neem dan contact op met één van onze medewerkers voor advies. Tevens staan wij u graag te woord over de gevolgen die de geactualiseerde PGS 29 of de eind 2016 geïntroduceerde nieuwe PGS 32 op uw bedrijfsvoering heeft.

Bron: Infomil

Januari 2017

Wet natuurbescherming in werking getreden op 1 januari 2017

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Ook het bijbehorende Besluit natuurbescherming en de bijbehorende Regeling natuurbescherming zijn op 1 januari 2017 in werking getreden. In dit artikel vindt u een overzicht van de belangrijkste elementen van het nieuw juridisch kader voor natuurbescherming.


Natuurbeschermingswet in een nieuw jasje

De Wet natuurbescherming vervangt vanaf 1 januari 2017 de Natuurbeschermingswet 1998, de
Flora- en faunawet en de Boswet. Het toetsingskader voor projecten, andere handelingen en plannen blijft in de basis hetzelfde, maar is in een nieuw ‘jasje’ gestoken.

Programmatische Aanpak Stikstof

De invoering van de nieuwe Wet natuurbescherming heeft slechts beperkte gevolgen voor het
Programma Aanpak Stikstof (PAS)*. Ondernemers die betrokken zijn bij economische activiteiten die stikstofdepositie kunnen veroorzaken in een Natura 2000-gebied, moeten wel rekening houden met een paar verschillen. Om na te gaan of de wet gevolgen heeft voor economische activiteiten kan iedereen het online rekeninstrument AERIUS Calculator gebruiken.

* De vergunningen in het kader van het PAS vallen vanaf 1 januari 2017 onder de Wet natuurbescherming.
Het Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998, het Besluit grenswaarden PAS en de Regeling PAS zijn vervallen omdat ze bij de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming zijn overgenomen in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.

Provincies bepalen regels

Voor bepaalde onderdelen regelt de Wet natuurbescherming dat provincies zelf kunnen bepalen welke regels gelden voor de natuur in hun provincie. Zij leggen dit vast in hun eigen provinciale verordeningen en beleidsregels die vanaf 1 januari 2017 van kracht zijn. In de Wet natuurbescherming is vastgelegd dat een vergunning (ontheffing) moet worden aangevraagd bij de provincie waar de activiteit wordt verricht of zich bevindt. In de oude situatie bepaalde de ligging van het Natura 2000-gebied waar de hoogste hoeveelheid stikstofdepositie plaatsvond en in welke provincie de vergunning moest worden aangevraagd.

Omgevingsvergunning

Als sprake is van een handeling met gevolgen voor beschermde dier- of plantensoorten en waarvoor ook een omgevingsvergunning nodig is, zijn er twee mogelijkheden:

  • eerst een aparte ontheffing soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming aanvragen bij de provincie (natuurbeschermingswetvergunning) en daarna de omgevingsvergunning bij de gemeente;
  • direct een omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente, waarbij een natuurtoets (zie de volgende paragraaf) onderdeel uitmaakt van de procedure.

OBM natuur

Sinds 1 januari 2017 bestaat de zogenaamde OBM natuur (omgevingsvergunning beperkte milieutoets voor natuur). Aan een OBM natuur kunnen voorschriften worden verbonden. Er is een OBM natuur vereist als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een project waarvoor ook een vergunning op grond van de
Wet natuurbescherming is vereist, maar die vergunning als zodanig nog niet is aangevraagd. In dat geval haakt de Wet natuurbescherming aan bij de aanvraag omgevingsvergunning. Deze ‘vrijwillige’ aanhaakplicht is sinds
1 januari 2017 vormgegeven via de OBM natuur.

In het kader van de OBM natuur is een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de provincie vereist. Aan een OBM natuur kunnen voorschriften worden verbonden. Zowel de provincie (via de VVGB) als de gemeente kan bepalen dat aan OBM natuur voorschriften moeten worden verbonden.

Overgangsrecht

Voor aanvragen om een natuurbeschermingswetvergunning die vóór 1 januari 2017 zijn ingediend, is overgangsrecht opgenomen in de Wet natuurbescherming.

Vergunningverlening en gebruik AERIUS

In 118 van de ruim 160 Natura 2000-gebieden komt ten minste één stikstofgevoelig habitattype voor. Onder de PAS kunnen meldingen worden gedaan en vergunningen worden aangevraagd bij handelingen die gevolgen kunnen hebben in deze gebieden. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van het rekeninstrument AERIUS. Als de veroorzaakte stikstofdepositie op het betreffende natuurgebied hoger is dan de grenswaarde** dat voor dat gebied geldt, dan moet een vergunning aangevraagd worden (heeft dezelfde status als de natuurbeschermingswetvergunning). Voor handelingen die stikstofdepositie veroorzaken lager dan de grenswaarde, blijft de meldingsplicht bestaan. Ook kan de AERIUS berekening als basis voor de natuurtoets gebruikt worden.

**Voor elk Natura 2000-gebied is vastgesteld hoeveel depositieruimte beschikbaar is. De grenswaarde van 1 mol per hectare wordt verlaagd naar 0,05 mol per hectare per jaar als 95% van de depositieruimte is benut. Dit wordt voortaan alleen bekend gemaakt via de website PAS in uitvoering.

Overig

In de Wet natuurbescherming zijn verder onder andere regels opgenomen over de voorschriften die aan een vergunning verbonden kunnen worden en de mogelijkheden voor het wijzigen en intrekken van vergunningen. Deze regels sluiten in de basis aan bij de regels hierover in de Natuurbeschermingswet zoals die tot
1 januari 2017 gold.

Bron: Omgevingsweb / PAS bureau


Januari 2017

Emissiehandel en digitaal NEa-loket

Met ingang van 16 december 2016 kunnen deelnemers aan emissiehandel hun wijzigingen digitaal doorgeven via het NEa-loket op de NEa-website.

In het NEa-loket kunnen bedrijven alle wijzigingen in monitoringsplannen, inclusief tijdelijke afwijkingen, wijzigingen van de toewijzing en het emissieverslag over 2016 via een online omgeving aan de NEa sturen.
Zij hoeven dan niet meer per e-mail stukken op te sturen. Wijzigingen kunnen in het loket worden geüpload door gebruikers die contactpersoon zijn voor het betreffende bedrijf.

Het NEa-loket meldt de wijzigingen vervolgens direct aan de NEa.

In 2017 worden stap voor stap meer veranderingen doorgevoerd zodat het NEa-loket op termijn voor meer zaken dan alleen wijzigingen kan worden gebruikt, zoals voor het aanvragen van vergunningen en het bijhouden van de eigen contactgegevens. Houd hiervoor de NEa-website in de gaten.

Bron: Nieuwsbrief emissiehandel


Alle nieuwsberichten »

Milieu-adviesbureau Opifex b.v.
Opifex Projecten b.v.
Guido Gezellelaan 395
4624 GL Bergen op Zoom

KvK Breda
20115565 - Milieu-adviesbureau Opifex b.v.
20115566 - Opifex Projecten b.v.

Ontwerp & bouw website: Vermeulen Steenbergen